Sterk in stoffen - Wonen&Co

Sterk in stoffen

18 juli 2015 5 min leestijd Geen reacties

Nederland een textielland? Nee, niet meer. Bijna alle industrie is verdwenen de afgelopen vijftig jaar. En toch. Drie ondernemers steken hun ziel en zaligheid in stoffen. En drie keer is er een link met textielstad Tilburg.

Het was wel even zoeken, geeft Mae Engelgeer toe. De Amsterdamse stoffenontwerper volgde een opleiding tot modeontwerper maar kon haar draai niet goed vinden in het modevak. Het was uiteindelijk de stof zelf die haar intrigeerde, niet de jurk of het kussen dat je ervan maakt. Dat inzicht bleek een echte eyeopener, zodat Engelgeer wist wat haar te doen stond: haar gevoel volgen en stoffen ontwikkelen.

Dat er geen voorbeelden of rolmodellen waren om je aan te spiegelen, maakte het niet makkelijker. Want Nederland mag dan tot in de jaren vijftig een textielland zijn geweest, met sterke concentraties textielweverijen – en fabrieken in Twente en de regio Tilburg, een voorhoede aan stoffenontwerpers leverde dat alleszins op. Concurrentie – eerst binnen de nieuw opgerichte EEG en later van lagelonenlanden – deden de textielindustrie krimpen van 20 procent van de totale Nederlandse industrie tot een paar procenten op dit moment.

Mae Engelgeer richtte zich tot een paar van de laatst overgebleven vakmannen in Nederland, de specialisten die werken in het Textiellab in Tilburg. Dat lab hoort bij het Textielmuseum in Tilburg, dat niet alleen textielgeschiedenis cultiveert, maar ook wil aanjagen. Inmiddels maakt Engelgeer al ruim vijf jaar collecties. Zij bedenkt ze en samen met de vakmannen komen ze tot uitvoering. Ze werkt op gevoel, legt ze uit. Ze print geen afbeeldingen of prints op de stof, maar de kleuren, de verschillende garens en de binding van de stoffen die ze weeft, vertellen samen het verhaal.

Dat verhaal begon ooit met stoffen met ingeweven grafische strikkenprints in zwart, grijs en soms pittig pastel. Een vleugje neonoranje nam zij mee in volgende collectie, de strikken verdwenen. Haar grafische patronen, ruitvormen en zigzagstrepen verschenen in contrasterende tonen op theedoeken, dekens, tafelgoed en beddenspreien. Al draait het bij Engelgeer pas later in het proces om de uiteindelijke vorm. Het maken van de stof is wat haar drijft.

Vaak dient een kleur, een mooi draadje, een sok met een bijzonder breisel of een eerder gemaakt sample als inspiratie. Daaromheen verzamelt ze materialen: het gist en broeit een beetje en vormt zich tot een collage. Samen met de vakman in het Textiellab gaat ze aan de slag, en pas dan ontstaat de nieuwe stof. Die sfeer die zij vangt in haar werk beperkt zich niet tot haar stoffenontwerpen. ,,Vaak blijkt het een soort mindset te zijn, waarin ik leef. Zoals toen ik ineens de stad in moest om mijn zomergarderobe om te gooien naar herfst. Ik kwam thuis met diepe tinten blauw, zwart en een vleugje bordeauxrood. Dat zijn precies de kleuren die je nu ook in mijn werk terug ziet.”

Mae Engelgeer gooide hoge ogen in Milaan, waar ze tijdens de jaarlijkse meubelbeurs haar werk exposeerde in een leegstaand pand in de stad. Veel tinten zwart, wit, grijs, blauw en bordeaux inderdaad in de nieuwe collecties Mod en Mode. Voor die laatste collectie ging Engelgeer over de grens, naar Schotland, waar ze zich toelegde op het weven van dubbelzijdige meubelstoffen. Haar werk valt op en ook andere merken en fabrieken willen werken met de eigenzinnige stoffenontwerper.

En het lijkt er op dat Engelgeer – nog geen tien jaar na de start van haar studio – nu zelf het rolmodel is voor andere stoffenontwerpers. Ze lijkt de weg te bereiden voor andere ontwerpers. Roos Soetekouw, bijvoorbeeld, studeerde eveneens modeontwerp, maar bleek ook meer geïnteresseerd in de stof zelf, niet in de mode. Ook zij werkt samen met de vakmensen in het Textiellab aan eigen collecties. En ook zij presenteerde haar werk dit voorjaar in Milaan.
De grillige en kleurrijke patronen in haar stoffencollectie The Fringe zijn geïnspireerd op het binnenwerk van een matras dat ze helemaal ontleedde. Voor Zoe Fay liet ze zich inspireren door de zee en de onderwaterwereld.

Soetekouw speelt graag met de mix van materialen die soms op het eerste gezicht niet samen lijken te gaan. ,,Maar dat vind ik juist mooi en het pakt goed uit. Zo wordt het viscose garen bij het weven haast uit de stof gedrukt, die verder bestaat uit katoen, mohair en linnen. Het geeft de stof iets extra’s, reliëf, en dat vanuit een onmogelijkheid om samen te gaan. Daar speel ik graag mee.”

Volgens Soetekouw is het beroep van stoffen- of texielontwerper nog steeds ondergeschoven, maar het wint aan betekenis. ,,Ik denk ook dat we steeds meer nodig zijn. Er is behoefte aan stoffen en stoffelijkheid. Vroeger had je veel meer texturen in huis, nu is alles cleaner en raken we de hele dag vooral de gladde glazen oppervlakken van onze touchscreens aan. Ik heb het gevoel dat mensen als tegenwicht weer behoefte krijgen aan materialen met veel textuur.”

Ondertussen lijkt – ook vanuit Tilburg – inmiddels een kleine revolutie te zijn begonnen in meubelstoffen. Aangespoord door het enthousiasme van bepalende merken als het Italiaanse Moroso en het Franse Ligne Roset werken Jos Pelders en zijn vrouw, de textielontwerper Renee Merckx (foto bovenaan), onder de merknaam Febrik aan rondgebreide meubelstoffen. Op de machines van matrasstoffenfabrikant Innofa experimenteren zij met rondgebreide, elastische stoffen die meubelstoffering een nieuwe dimensie geven. Met hun tube-breisels bekleed je organisch gevormde stoelen en banken superstrak en dat zonder naden.

De stoffen van Febrik waren in de presentaties van tientallen meubelmerken en ontwerpers te vinden in Milaan, zonder dat het merk zelf een stand had gehuurd tijdens de meubelbeurs. Bij Moroso, dat in Milaan zelfs aankondigde een Febrik by Moroso-stoffenboek in de collectie op te nemen, waren meer dan tien van de meubels in de collectie bekleed met stoffen van Febrik.

Jos Pelders: ,,Tot voor kort waren er alleen geweven meubelstoffen, in rechte lappen. Dat werkt heel anders. Ineens is er nu van alles mogelijk en wij kunnen bovendien allerlei reliëf meebreien, waardoor meubelstoffen met 3D-effect mogelijk zijn.” Een trend lijkt gezet, van nieuwe en ronde meubelvormen en 3D-effecten: het reliëf is daarmee het patroon geworden. En zo zijn de stoffen ineens het ontwerp geworden en lijkt Nederland weer iets te broeien van die bloeiende textielcultuur van weleer.

TEKST RENSKE SCHRIEMER

Geen reacties

Laat een reactie achter

×