design

Dutch design is een manier van denken

Maar liefst zes Nederlandse designprimeurs zijn dit jaar te bewonderen op Wonen&Co de beurs, onder de noemer Neerlands Trots. Want we zijn trots op onze Nederlandse designers. Maar wat is eigenlijk Nederlands design?

Hoe onderscheiden Nederlandse designers zich van hun Italiaanse, Japanse of Deense vakgenoten? Hoe doen ze het eigenlijk op de internationale markt? En kunnen we al voorspellen wat de Nederlandse designklassiekers van straks zijn?

Meubelproducent Gelderland, op de beurs met de primeurbank 7880 Embrace van Jan des Bouvrie, geeft aan dat Dutch Design niet een eensluidende definitie kent. ,,Ingetogen ontwerpen, strakke belijningen en vormen die de functie volgen’’, somt Tecla Temmink van Gelderland desgevraagd op.

Consequent ontwerpen en langdurig geloven in je ontwerpen

,,Wie het best Nederlands Design vertegenwoordigt is nauwelijks te zeggen. Jan des Bouvrie, gaat al jaren mee en ontwerpt voor ons nu weer een fantastische nieuwe bank, maar aan het andere eind van het spectrum is Marcel Wanders met veelal barokke ontwerpen ook een geweldige representant van het Nederlandse ontwerp. Wie het weet mag het zeggen hier.’’ Wat de designklassiekers van de toekomst zullen zijn, is evenmin te voorspellen. ,,Doorzetten op een lijn van consequent ontwerpen en langdurig geloven in je ontwerpen helpt mee.’’

Droog

Wie in de geschiedenis van het Nederlandse design duikt, stuit al snel op een memorabel moment: de Salone del Mobile van 1993 in Milaan. Daar presenteerde Droog Design zich met onder meer de ladenkast Chest of Drawers van Tejo Remy en de kroonluchter met 85 gloeilampen van Rody Graumans. Het is duidelijk een reactie op de vormgeving uit de jaren tachtig daarvoor. Niks Amerikaans Memphis-achtige psychedelische plastic voorwerpen in grillige vormen. Nee, Droog komt met minimalisme, met maatschappijkritische ontwerpen en niet te vergeten: met humor. Het is de opmaat voor een zegetocht van het nieuwe Nederlandse design.

Rietveld

In het begin van de vorige eeuw ging het er vrij rustig aan toe in het Nederlandse designwereldje. We hadden Gerrit Rietveld die vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw ‘Neerlands trots’ vertegenwoordigde. We hadden Mart Stam die als ontwerper uit de Bauhaus-school met stalen buizen experimenteerde. Vervolgens zagen we meubelontwerpers als Pastoe, Artifort, ’t Spectrum en Gelderland met voor die tijd moderne collecties. Maar de echt grote designinnovaties kwamen uit Scandinavië, Italië en de Verenigde Staten.

Als we naar nog een ander memorabel moment teruggaan, dan is dat een moment van precies 100 jaar geleden. Toen richtten Theo van Doesburg en Piet Mondriaan de kunstenaarsgroep De Stijl op. Deze propageerde pure kunst en architectuur, kleuren en vorm in de meest pure essenties. Ook Gerrit Rietveld sluit zich er bij aan. Van hem kent iedereen dé rood-blauwe stoel uit 1923. Interessant is dat veel eigentijdse Nederlandse designers zoals Maarten Baas, Hella Jongerius en Piet Hein Eek zich hebben laten inspireren door De Stijl.

Geknoopte stoel

Andere topdesigners uit het eerste kwart van de vorige eeuw zijn Willem Hendrik Gispen met zijn Giso lampen en buisframe meubelen, of Mart Stam met de eerste stoel zonder achterpoten. Namen uit de jaren vijftig zijn Cees Braakman met zijn eerste meubels bij Pastoe en Friso Kramers, met stoel Revolt als typisch Mid Century-design. In de jaren zeventig voert zakelijkheid de boventoon. In de jaren tachtig springt de naam Piet Hein Eek direct eruit. Hij studeert af met een kast van gebruikt hout, wat is uitgegroeid tot zijn handtekening.

Uit de jaren tachtig komt de term ‘Dutch Design’, een term die een groep Nederlandse vormgevers omschrijft die vooral vanaf de jaren 1990 internationale erkenning heeft gekregen. Denk aan Maarten Baas, Jurgen Bey, Richard Hutten, Hella Jongerius en Hester van Eeghen. Ook een naam waar Nederland trots op kan zijn: Marcel Wanders. Hij brak in 1996 door met de Knotted Chair, die hij in samenwerking met de TU Delft ontwikkelde.

Dutch Design bestaat niet

De in 1947 opgerichte Design Academy Eindhoven geldt sinds de jaren negentig van de vorige eeuw als een van de beste designopleidingen
ter wereld. Subsidies maakten het pas afgestudeerde designers mogelijk vrij te kunnen ontwerpen, zonder commercieel te hoeven zijn. Zo kon Piet Hein Eek een eigen bureau opzetten om te doen waar hij in geloofde: meubels maken uit oude materialen. Ook Maarten Baas studeerde daar af, in 2002. Van hem is in het Groninger Museum de eerste grote solotentoonstelling, Hide & Seek, te zien. Zijn werk bevindt zich op het snijvlak van kunst en design en staat bekend als humoristisch, rebels en theatraal.

De designopleidingen – als we die als toonaangevend beschouwen als het gaat om Nederlands design – worden allang niet meer bevolkt door alleen van oorsprong Nederlanders. Studenten vanuit de hele wereld studeren in Nederland af. Nederlands design is dus meer het gevolg van een manier van denken dan dat de ontwerper nou beslist Nederlandse wortels moet hebben.

Nederlands denkend

Dutch Design doet het goed, ook internationaal gezien. Wat dat Dutch Design dan precies is, kan bijna niemand zeggen. Wél komt steeds naar voren dat het vooral om het werkproces gaat: in de samenwerking, de toepassing van nieuwe technologieën, het openstaan voor andere ideeën, zoals waardeloos materiaal hergebruiken. Terwijl tevens het erfgoed omarmd wordt.

De functie van een ontwerp is beslist niet het enige uitgangspunt: Nederlandse designers, of Nederlands denkende ontwerpers, denken ook na over ecologische, sociale en economische duurzaamheid. De designers van nu laten zich inspireren door tradities, maar zoeken ook naar nieuwe toepassingen. Daarbij werken ze samen met alle nationaliteiten. Misschien is dat wel het meest Dutch Design.

Meer laden