DESIGN | Frankrijk, land van luxe - Wonen&Co
design, Frankrijk, ontwerpers

DESIGN | Frankrijk, land van luxe

14 april 2020 3 min leestijd Geen reacties

Op reis kunnen we voorlopig even niet… Toch neemt Wonen&Co je mee de wereld rond, en duikt in de geschiedenis van de belangrijkste designlanden. Deze keer: Frankrijk voor de Tweede Wereldoorlog.

Le Corbusier, diens neef Pierre Jeanneret, Charlotte Perriand, Pierre Paulin, Philippe Starck, Jean Prouvé, Serge Mouille: een greep uit de vele namen die het Franse design de afgelopen eeuw heeft voortgebracht.

Tot aan de voorlaatste eeuwwisseling was Frankrijk het toonbeeld van luxe. Het Franse koningshuis was dol op ambachtelijk gemaakte interieurs waarin royaal gestrooid werd met versieringen en opsmuk. De adel volgde het koningshuis gewillig. Voor het gewone volk was het een te dure smaak. De industrialisering bracht verandering in stijl én mogelijkheden. Opeens kon er in series worden geproduceerd: meubels kwamen daardoor binnen een betaalbaar handbereik van een groter deel van de Franse bevolking.

Art deco

Ook uit landen als Duitsland en Oostenrijk doken betaalbare meubels op die het ambachtelijke werk van de troon stootten. De aanhangers van het betere ambachtelijke werk vonden die nieuwe meubels maar zeer middelmatig. Zij lieten zien waartoe Frankrijk in staat was. Het resulteerde in een wat een bekende stijl zou worden: art deco, genoemd naar de Société des Artistes Décorateurs. De stroming liet zich inspireren door oudere stijlen als Rococco, maar ook primitieve vormen en koloniale ontwerpen. Dat vertaalde zich in het gebruik van uitheemse houtsoorten, ivoor en Aziatische laktechnieken. Al dit fraais was te zien op de wereldtentoonstelling in 1925, in Parijs.

Art deco is genoemd naar de Société des Artistes Décorateurs

Daar liet het avantgardische tijdschrift L’Esprit Nouveau, opgericht door Le Corbusier, een heel ander paviljoen zien. Deze ‘nieuwe stijl’ bestond uit meubels zónder al die ornamenten. Niet lang na de tentoonstelling ontmoette Le Corbusier, die samenwerkte met neef Pierre Jeanneret, de ontwerpster Charlotte Perriand. Aanvankelijk zag hij in haar slechts een kleedjes bordurende vrouw, maar zij nodigde hem uit in haar ‘Bar sous le toît’. Toen Le Corbusier deze zolderruimte, ingericht met een aluminium bar, buismeubels en een leren bankje, zag was hij verkocht.

Le Corbusier en Perriand gingen samenwerken en daar ontstonden veel latere designklassiekers uit, zoals de ‘Fauteuil à dossier basculant’, de LC1 en de ‘Chaise longue à réglage continu’, de LC4.

Buizenstaal

Buizenstaal was bij hen, net als bij hun Duitse collega’s van het Bauhaus, favoriet materiaal om mee te werken. Als rasechte Fransozen konden ze het niet nalaten om de minimalistische ontwerpen volume te geven door te werken met gepolsterde bekleding. Later werkte Perriand lang samen met Jean Prouvé, die net als zij van werken met buis- en plaatstaal hield.

Jean Prouvé, ontwerper van de fauteuil Cité.

Prouvé (1901-1984), ontwerper van onder meer fauteuil Cité uit 1930, had een opleiding tot kunstsmid gevolgd, wat zal bijgedragen hebben aan zijn voorliefde voor metalen frames. Al in 1925 produceert hij meubels van plaatstaal in zijn eigen werkplaats in Nancy.

De Cité was een van de eerste meesterwerken van Prouvé. Hij ontwierp hem voor een wedstrijd voor de inrichting van een studentenhuis van de Cité Universitaire van Nancy. Vandaar de naam dan ook. Het ontwerp is gebaseerd op de klassieke rookstoel. Maar dan in een Prouvé-jasje. Opvallend aan de Cité is dat de achterpoot en armleuning een geheel vormen. Een riem houdt het frame bij elkaar.

In 2002 is producent Vitra meubels van Prouvé gaan heruitgeven in samenwerking met de familie. Bijna tien jaar later vroeg het jeansmerk G-Star aan producent Vitra om een deel van Prouvés collectie opnieuw uit te brengen, maar dan in een ‘raw’-variant. Zo geschiedde. Zowel de heruitgaven als de originele exemplaren op veilingen zijn onvermoeibaar populair.

PRODUCTIE JANINE HOEKSTEIN

Geen reacties

Laat een reactie achter

×