COLUMN | Vrouw op de bouw 16: een dagje spijbelen - Wonen&Co
bouwen, huis bouwen, droomhuis bouwen, column, vrouw op de bouw

COLUMN | Vrouw op de bouw 16: een dagje spijbelen

21 augustus 2020 3 min leestijd Geen reacties

Ik schrik wakker van een naar geluid naast mijn oor. De wekker. Het is zes uur. Terwijl ik uit bed probeer te kruipen, raakt mijn hoofd keihard het schuine dak en breek ik bijna mijn benen over een paar rondslingerende sloffen… Dit is aflevering 16 van Vrouw op de bouw.

Journalist Jikke Zijlstra, haar man Wilfred en kinderen Mats (11) en Isis (9) bouwen hun droomhuis in Balk. Maar van droom tot huis, dat gaat wel even duren. Ze neemt ons mee in het (soms moeizame) proces.

Eenmaal beneden trek ik mijn winterjas en warme laarzen aan. Gewapend met een grote zaklantaarn loop ik naar de auto, in mijn pyjama. Niemand die het ziet, want het vakantiepark is uitgestorven. Bovendien is het aardedonker. En koud. Een ijzige windkracht acht fluit om mijn oren. En natuurlijk regent het ook nog.

Klappertandend rijd ik naar onze kavel. Ik schuif het bouwhek opzij en open de voordeur. Binnen zet ik een bouwlamp aan, zodat de installateur en stukadoor straks de weg kunnen vinden. Dan ga ik terug naar huis, waar iedereen nog ligt te slapen.

Dat wil ik ook! Terug naar bed, onder de warme dekens liggen! Maar dat kan niet, want de kinderen moeten naar school en de bouw wacht. Het is vrijdag, mijn vaste klusdag. En dus sta ik een uurtje later weer op de kavel, in mijn kluskleding en met een ontbijt achter de kiezen.

Vandaag moet ik opruimen. Omdat onze ‘tuin’ is veranderd in een stortplaats voor bouwmateriaal en afval, ga ik wat orde in de chaos aanbrengen. Hout en pallets sorteren, resten puin en cement op een bult gooien. Dat soort werk.

Staand tussen al die troep, moet ik diep zuchten. Waar begin ik? Het lijkt ineens een onmogelijk opgave. Deze tuin, dit huis. Hoe krijgen we dit ooit af? Maar ik spreek mezelf streng toe. Hup, niet zeuren, aan de slag.

Ik besluit de bouwcontainer leeg te halen. Zodat die weer terug kan naar de leverancier. De 25 zakken cement die erin liggen, moet ik naar ons huis brengen. Met veel moeite leg ik er vier in de kruiwagen. Maar als ik wil weglopen met de 100 kilo zware vracht, stoot ik keihard mijn enkel tegen een stuk staal.

Een intense pijn giert door mijn voet. Tranen springen in mijn ogen. Ineens ben ik er klaar mee, helemaal. Wrijvend over mijn zere lichaamsdeel, vervloek ik dit hele project. Waarom zijn we hier ooit aan begonnen?

Waarom wilden we zo graag zelf een huis bouwen? Waarom kochten we niet een prefab-huis dat binnen drie maanden klaar is?

Ik heb een bouwdip. Ik ben die lange to do-lijsten spuugzat. De gesprekken aan tafel die over niets anders meer gaan dan de planning: Welke klusjes we die week moeten doen, wie we moeten bellen, welk materiaal we moeten inkopen. Ik wil het niet meer.

Ik wil geen feestjes meer afzeggen, omdat we te moe zijn van het bouwen. Ik wil niet meer vroeg opstaan. In de snijdende kou moeten ploeteren in de blubber. Ik wil een beetje ruimte en tijd. Tijd om te lummelen, boeken te lezen, liggend in een schone tuin, op een bedje van zacht gras.

Dan besluit ik dat ik een dagje mag spijbelen. Onder het mom van een zere voet meld ik me af bij Wilfred, die fanatiek aan het verven is. Thuis doe ik een spelletje Rummikub met de kinderen. Ik kook iets lekkers. Doe de open haard en een paar kaarsen aan. Zet een leuk muziekje op.

Ik gun mezelf een pauze. Niet te lang. Morgen ga ik er weer voor.

Meer lezen van Jikke? Begin hier met aflevering 1 van haar serie. Ook bezig met allerlei klusjes waarbij je even door de bomen het bos niet meer ziet? Dit artikel kan je op weg helpen.

Geen reacties

Laat een reactie achter

×